Hoogbegaafdheid

Beleidsplan ‘Hoogbegaafdheid’ Dr. Schaepmanstichting                                                                        

Algemeen

Visie

Leerlingen zijn allemaal verschillend, en hebben verschillende behoeftes om tot een zo volledige mogelijke ontwikkeling te komen. De scholen van de Dr. Schaepmanstichting streven er naar om leerlingen passend onderwijs te bieden.  Daarbij zorgen alle scholen voor een rijke, overzichtelijke leeromgeving, waardoor alle leerlingen uitgedaagd worden zich te ontwikkelen op alle ontwikkelingsgebieden.  

Vanuit deze visie denken wij dat ook hoogbegaafde leerlingen en leerlingen met een ontwikkelingsvoorsprong een speciale aanpak behoeven. Zij zullen, aansluitend bij hun individuele mogelijkheden en ontwikkeling, een aangepast onderwijsaanbod krijgen.  

Doelgroep

Binnen de Dr. Schaepmanstichting wordt gesproken over een hoogbegaafde leerling indien er sprake is van een intelligentie van 130 of meer. Er wordt van uitgegaan dat intelligentie alleen niet de alles bepalende factor is voor hoogbegaafdheid. De hoogbegaafde leerling moet in zijn totaliteit beschikken over de volgende persoonlijkheidskenmerken (Renzulli, 1979):

  1. Hoge intellectuele vermogens: intelligentie die, gemeten met een prestatie- of intelligentietest en meestal uitgedrukt met een intelligentiequotiënt (IQ), boven het gemiddelde ligt (130+).
  2. Taakgerichtheid en volharding (motivatie): doorzettingsvermogen om een taak te volbrengen.
  3. Creatief vermogen: het vermogen om op een originele en vindingrijke wijze oplossingen voor problemen te bedenken. 

Daarnaast worden nog een drietal omgevingsfactoren onderscheiden die van invloed zijn op het tot uiting komen van hoogbegaafdheid. Deze factoren hebben betrekking op de invloed vanuit de omgeving van de leerling (gezin, school en vrienden).

Mönks (1988) heeft dit alles samengevat in onderstaand model.   

Werkdefinitie

Binnen de scholen van de Dr. Schaepmanstichting vallen de volgende leerlingen onder de doelgroep:

  • Leerlingen die ‘zeer goed’ scoren op de Cito toets, de hoge A scores. We spreken van eenzijdig begaafde leerlingen indien leerlingen op één vakgebied hoog scoren.
  • Leerlingen die op enig andere wijze opvallen en/of gesignaleerd zijn (door bijvoorbeeld intelligentietests, creativiteitstests, door middel van een discrepantie tussen intelligentiescores en geleverde prestaties, inconsistente prestaties, geleverde prestaties in niet-schoolse settings). We gebruiken hiervoor onder andere de screeningslijsten van Hoogbegaafdheid in Zicht.
  • Leerlingen die door de leerkracht, medeleerlingen, ouders of zichzelf gesignaleerd zijn.

Team

Wij vinden het van belang dat alle teamleden van de scholen weten wat hoogbegaafdheid is, hoe onze werkdefinitie eruit ziet, en welke leerlingen onder de doelgroep vallen. Binnen elke school is er minimaal één teamlid dat gespecialiseerd is in hoogbegaafdheid, en activiteiten coördineert die rondom dit thema worden georganiseerd.  Ook kan dit teamlid een rol spelen bij het op de hoogte brengen van nieuwe leerkrachten.

Signalering en diagnosticering in de praktijk

Profielen van hoogbegaafde leerlingen

Uitgaande van de statistische gegevens, zijn van elke 100 leerlingen er 2 à 3 hoogbegaafd. Deze leerlingen hebben specifieke leereigenschappen en profielen. Hieronder staan de profielen zoals wij die onderschrijven uitgewerkt:

 

  • De succesvolle leerling (perfectionistisch, goede prestaties, zoekt bevestiging van de leerkracht, vermijdt risico, accepterend en conformerend, afhankelijk)
  • De uitdagende leerling (corrigeert de leerkracht, stelt regels ter discussie, is eerlijk en direct, grote stemmingswisselingen, vertoont inconsistente werkwijzen, slechte zelfcontrole, creatief, voorkeur voor activiteit en discussie, komt op voor eigen opvattingen, competitief)
  • De onderduikende leerling (ontkent begaafdheid, doet niet mee in programma’s voor meer begaafde leerlingen, vermijdt uitdaging, zoekt sociale acceptatie, wisselt in vriendschappen)
  • De drop-out (neemt onregelmatig deel aan onderwijs, maakt taken niet af, zoekt buitenschoolse uitdaging, verwaarloost zichzelf, isoleert zichzelf, creatief, bekritiseert zichzelf en anderen, werkt inconsistent, verstoort, reageert af, presteert gemiddeld of minder, defensief)
  • De leerling met leer- en gedragsproblemen (werkt inconsistent, presteert gemiddeld of minder, verstoort, reageert af)

 

  • De zelfstandige leerling (goede sociale vaardigheden, werkt zelfstandig, ontwikkelt eigen doelen, doet mee, werkt zonder bevestiging, werkt enthousiast voor passies, creatief, komt op voor eigen opvattingen, neemt risico)

Betts, G.T. & Neihart, M. (1988)

Speciaal dient hierbij rekening gehouden te worden met de signalering van de onderduikende leerling, ook wel de ‘onderpresteerder’ of ‘drop out’ genoemd. Hun prestaties blijven achter bij wat op basis van hun capaciteiten verwacht mag worden, en zij zijn dan ook moeilijker te herkennen.

Verder dient opgemerkt te worden dat meisjes minder competitiegericht, minder succes georiënteerd en meegaander zijn dan jongens, en ze geneigd zijn intrinsieke gedragsproblemen te ontwikkelen die weinig zeggen over het werkelijke, achterliggende probleem.

Ook kan hoogbegaafdheid samen gaan met allerlei ontwikkelingsstoornissen en leerproblemen, zoals ADHD, autisme en dyslexie.

Signalering

Binnen de scholen van de Dr. Schaepmanstichting wordt het ‘Digitaal Handelingsprotocol Hoogbegaafdheid’ gebruikt als signalerings- en diagnosticeringsinstrument.  

Signalen die hoogbegaafde leerlingen afgeven kunnen herkend worden door de leerling zelf, de ouders, de leerkracht, een andere leerkracht/teamlid, medeleerlingen of andere personen buiten de school. De leerkracht en/of Intern Begeleider en/of Specialist Begaafdheid blijft echter verantwoordelijk voor de conclusies van de uiteindelijke signalering.

Na signalering wordt door de ouders en de leerkracht een vragenlijst ingevuld behorend bij het ‘Digitaal Handelingsprotocol Hoogbegaafdheid’ dat op de scholen gehanteerd wordt.  Er vindt een intakegesprek plaats met de ouders, waarin gevraagd wordt naar de ontwikkeling van de leerling.

Leerlingen kunnen in de verschillende situaties anders functioneren, en wisselende beelden laten zien. Als er twijfel bestaat, bijvoorbeeld tussen het beeld van de ouders en de school, en deze twijfel niet weggenomen wordt na het invullen van de signaleringslijsten en aanvullende diagnostiek, kan een onderzoek aangevraagd worden om de daadwerkelijke intelligentie te bepalen.

De resultaten van de signalering worden altijd besproken met de ouders van de leerling.

Signalering in groep 1 tot en met 8

De signalering uiteengezet van groep 1 tot en met 8 zal er chronologisch als volgt uitzien:

  • Bij aanmelding van een kind op school vullen ouders een vragenlijst in. De leerkracht bekijkt deze lijst. Zij weet welke vragen kunnen duiden op een ontwikkelingsvoorsprong. Mocht er sprake zijn van een mogelijke ontwikkelingsvoorsprong dan noteert zij dat met een opmerking in Parnassys. Bij vragen wordt de specialist begaafdheid geraadpleegd.
  • Bij binnenkomst van de 4 jarige wordt ouders gevraagd naar de tot dan toe verlopen ontwikkeling, en een eventuele voorsprong van de leerling zoals door ouders wordt ingeschat en ervaren. Er kan overdracht plaats vinden vanuit de peuterspeelzaal of het kinderdagverblijf.
  • Op de eerste of tweede dag dat een kleuter binnenkomt maakt hij/zij een menstekening. Dit doet hij aan een tafel waar geen andere kinderen tekenen/kleuren om zo aanpassingsgedrag te voorkomen. Deze menstekening wordt gescoord m.b.v. de lijst Goodenough (1926). Deze tekening wordt ingescand en in Parnassys gehangen samen met het intakeformulier. Mocht er hoog gescoord worden op deze tekening dan wordt de specialist begaafdheid ingelicht. Er wordt een aantekening in Parnassys gemaakt.
  • In de groepen 2, 4 en 6 wordt rond de krokusvakantie de (Digitale) Checklist (Hoog)begaafdenwijzer basisonderwijs, quickscan, afgenomen. Ieder jaar zijn er groepsbesprekingen en leerling-besprekingen waarin al deze resultaten worden meegenomen. Bij een hoge score vullen ook ouders de vragenlijst in. Deze wordt ingevoerd in de quickscan en de resultaten worden vergeleken. Mocht er nog steeds sprake zijn van een grote kans op hoogbegaafdheid dan wordt de uitgebreide vragenlijst door ouders, leerling en leerkracht ingevuld. Deze lijsten worden afgeleverd bij de Specialist begaafdheid en ingevuld in het bijbehorende bestand. N.a.v. deze uitslag volgt een gesprek met leerkracht en Specialist Begaafdheid en ouders.
  • Na invullen van de uitgebreide vragenlijst kan er mogelijk sprake zijn van aanmelding voor de Top-klas (groep 5 of hoger). Na de zomervakantie (start nieuwe schooljaar) kunnen ouders en leerling dan een motivatie brief schrijven zodat de aanmeldingsprocedure kan worden gestart.
  • Gedurende het schooljaar worden leerlingen gesignaleerd middels observaties (algemene indruk van het leerpotentieel) en op basis van toetsen (vanuit het leerlingvolgsysteem of vanuit de methode).
  • Aan het eind van het schooljaar worden de relevante (onderzoeks)gegevens doorgegeven aan de leerkracht van de volgende groep tijdens de overdracht.

Diagnosticering

Wanneer de ingevulde signaleringslijsten aanleiding geven tot signalen van hoogbegaafdheid kunnen in het kader van de diagnosestelling meer gegevens worden verzameld:

  • Gegevens van de LVS
  • Gegevens verkregen bij het doortoetsen
  • Gegevens vanuit de oudervragenlijst
  • Gegevens vanuit de leerkrachtvragenlijst
  • Gegevens vanuit leerling-vragenlijst
  • Overige bronnen

Hierbij worden voor verdere diagnosticering de fases aansluitend bij het ‘Digitaal Handelingsprotocol Hoogbegaafdheid’ als leidraad gehanteerd.

Extern diagnostisch onderzoek kan aangevraagd worden in die gevallen, waarbij er buiten het vermoeden van hoogbegaafdheid, ook vermoedens van ontwikkelingsstoornissen en/of leerproblemen bestaan. Daarnaast kan aanvullend onderzoek nodig zijn in die gevallen, waarbij de school handelingsverlegen is geraakt.

De resultaten van de diagnosticering worden altijd met ouders besproken.

Onderwijsaanbod en begeleiding

Algemeen

Binnen de scholen van de Dr. Schaepmanstichting worden meerdere aanpassingen geboden om tegemoet te komen aan de behoeften van hoogbegaafde leerlingen. Hierbij is het uitgangspunt dat, afhankelijk van het individuele profiel en de behoeften van de hoogbegaafde leerling, een keuze gemaakt wordt uit de voor handen zijnde aanpassingen. Bij de gemaakte keuzes wordt niet alleen een aanbod gecreëerd op basis van de cognitieve behoeften, maar is er ook tijd, ruimte en aandacht voor de sociale en emotionele behoeften.

De gehanteerde aanpak wordt vastgelegd in het plan van aanpak/handelingsplan.

Versnelling

De volgende vormen van versnellen (het verkorten van de schoolperiode) zijn mogelijk:

  • Groep 1 of 2 overslaan
  • Groep 1 of 2 in één schooljaar doorlopen
  • Een groep ‘overslaan’ in de groepen 3 t/m  8
  • Meerdere groepen in één schooljaar doorlopen in de groepen 3 t/m 8
  • Halverwege het schooljaar een groep overslaan
  • Versnelling voor een bepaald vak

In de scholen worden criteria gehanteerd om een besluit tot versnellen te nemen. Deze criteria zijn vastgelegd in het ‘Digitaal Handelingsprotocol Hoogbegaafdheid’.

Compacting

Op de scholen kan voor de volgende vakken compacting (het schrappen van herhalings- en oefenstof) worden toegepast:

  • Rekenen
  • Taal
  • Spelling
  • Zaakvakken

De tijd die hiermee vrij komt wordt besteed aan verrijking. De instructie van de gecompacte leerstof wordt afgestemd op de specifieke leereigenschappen van de (hoog)begaafde leerlingen.

Verrijking binnen de eigen groep

Op de scholen wordt verrijking aangeboden op de verschillende ontwikkelingsgebieden in de eigen groep. Dit aanbod wordt aangeboden, begeleidt, en geëvalueerd door de eigen leerkracht, en zowel het product als het proces worden beoordeeld. De resultaten worden vastgelegd in het handelingsplan.  

De volgende materialen zijn beschikbaar om dit aanbod vorm te geven:

  • Rekentijger
  • materialen in de kieskasten (smart games, Tridio, enz.).
  • Projecten van Talent Digitaal (online omgeving van de Dr. Schaepmanstichting).
  • enz.

Deze verrijking kan ook plaatsvinden buiten de eigen groep, in een binnen schoolse plusgroep. Deze groep heeft een vaste begeleider, en komt op vaste tijden bij elkaar. Eventuele opdrachten kunnen binnen de eigen groep verwerkt worden. Opnieuw worden zowel het product als het proces beoordeeld, en de resultaten worden weer vastgelegd in het handelingsplan. Op dit moment is er geen plusklas op de St. Plechelmusschool. Er is wel een bovenschoolse Top-klas waarin hoogbegaafde kinderen van de Dr. Schaepmanstichting samen onderwijs krijgen op hun eigen niveau en waar ze ook ontwikkelingsgelijken kunnen ontmoeten. Een leerling kan hier onderwijs krijgen van groep 5 en wordt aangemeld door de Specialist Begaafdheid na signalering.

Evaluatie

Evaluatie op leerlingniveau

Minimaal 3 keer per jaar vindt een evaluatie plaats ten aanzien van het effect van de onderwijsaanpassingen en de geboden begeleiding. Deze evaluatie vindt plaats met de ouders, en wordt vastgelegd in het handelingsplan. Ook wordt de gang van zaken met de betreffende leerling besproken, deze uitkomst wordt ook vermeld in het handelingsplan.

Evaluatie op schoolniveau

Op schoolniveau wordt minstens eens per jaar de begeleiding van hoogbegaafde leerlingen geëvalueerd. Daarbij is er aandacht voor de toepassing van het ‘Digitaal Handelingsprotocol Hoogbegaafdheid’, de begeleiding, het aanbod en het beleidsplan. De evaluatie wordt geïnitieerd door de specialist op het gebied van hoogbegaafdheid.

Evaluatie op bestuursniveau

Op bestuursniveau zal minstens eenmaal per jaar een centrale terugkoppeling plaats vinden, waaraan de specialisten van de scholen deel zullen nemen.  Tijdens deze terugkoppeling zal de gang van zaken rondom hoogbegaafdheid op de scholen besproken worden.